Hoofdstuk 5 Begrippenlijst
Aardgas:
Een gasvormige fossiele brandstof. Thuis verbrand je
aardgas voor het verwarmen van water en om eten te koken. Een
elektriciteitscentrale gebruikt aardgas (naast andere fossiele brandstoffen)
voor de opwekking van elektriciteit.
Bewegingsenergie
Bewegingsenergie is de energie die een voorwerp heeft
dankzij zijn massa en snelheid.
Chemische energie
De energie die in stoffen zit.. Dit zijn dus stoffen die
kunnen branden. De chemische energie komt er dan uit als warmte en licht
Duurzame energiebronnen
Duurzame energiebronnen zijn wind, waterkracht en zonlicht.
Duurzaam betekent dat deze bronnen niet opraken.
Elektriciteitscentrale
In een elektriciteitscentrale wordt de elektrische energie
opgewekt die je thuis gebruikt. De centrale is één grote energie-omzetter. De
chemische energie die aanwezig is in de fossiele brandstoffen aardgas, steenkool
of olie, wordt (uiteindelijk) omgezet in elektrische energie.
Energie-omzetter
Een energie-omzetter zet een bepaald soort energie om in
een andere vorm van energie. Een voorbeeld van een energie-omzetter is een
batterij. Een batterij zet chemische energie om in elektrische energie.
Energiebron
Een energiebron kan energie leveren. Een energiebron kun je
beschouwen als een opslagplaats van energie. Enkele voorbeelden van
energiebronnen zijn: de zon, fossiele brandstoffen, een batterij en de wind.
Energiewaarde van voedsel
De energiewaarde voedingsmiddelen is de verbrandingswarmte
(uitgedrukt in MJ per 100 g) van de verteerbare bestanddelen.
Fossiele brandstoffen
Fossiele brandstoffen zijn aardolie, aardgas en steenkool.
Ze zijn op dit moment de meest gebruikte energiebronnen voor het opwekken van
elektriciteit.
Joule
De joule is de eenheid van (alle soorten) energie.
Kernbrandstof
Kernbrandstoffen worden in kerncentrales gebruikt om er via
kernreacties elektriciteit mee op te wekken. Een voorbeeld van een kernbrandstof
is uranium.
Kerncentrale
In een kerncentrale wordt elektrische energie opgewekt uit
kernbrandstoffen zoals uranium.
Rendement
Het rendement geeft het percentage opgenomen (omgezette)
energie (Eop) aan dat nuttig wordt gebruikt. Het rendement kun je
berekenen met de formule:
? = Enut/Eop x 100%.
Soortelijke warmte
De hoeveelheid warmte die nodig is om 1 g van een stof 1°C
in temperatuur te laten stijgen, noem je de soortelijke warmte (c) van die stof.
De soortelijke warmte is een stofeigenschap.
Spanningsbron
Een spanningsbron levert elektrische energie. Voorbeelden van spanningsbronnen zijn: dynamo's, accu's en batterijen. De sterkte van een spanningsbron heet de spanning en wordt uitgedrukt in volt (V).
Steenkool
Een vaste fossiele brandstof. Steenkool wordt gebruikt in
elektriciteitscentrales om er elektriciteit mee op te wekken.
Verbrandingswarmte
De verbrandingswarmte is de hoeveelheid warmte (in joule)
die vrijkomt, als je een bepaalde hoeveelheid brandstof verbrandt.
Warmtekrachtkoppeling
Je spreekt van warmtekrachtkoppeling als de afvalwarmte die
bij de elektriciteitsproductie ontstaat, wordt gebruikt voor verwarming.
Warmtemeter
Met een warmtemeter kun je de hoeveelheid warmte meten die
nodig is om een bepaalde hoeveelheid water te verwarmen.
Waterkrachtcentrale
In een waterkrachtcentrale wordt uit stromend water
elektrische energie opgewekt. Water is een duurzame energiebron.
Windmolen
In een windmolen (windturbine) wordt de energie van
bewegende lucht (wind) gebruikt om elektrische energie op te wekken. Wind is een
duurzame energiebron.
Zonnecel
Een zonnecel kan zonne-energie (voor een deel) omzetten in
elektrische energie.
Zwaarte-energie
De zwaarte-energie is de energie die een voorwerp heeft dankzij zijn massa en hoogte boven de grond.