Samenvatting hoofdstuk 6 klas 4TL NS1
Geluid
Geluid word veroorzaakt door trillingen.
Meestal van lucht maar andere materialen kan ook.
Hiernaast zie je dat lucht
dichter op elkaar geperst wordt en vervolgens weer “verdund”
Geluid heeft in lucht de snelheid van ongeveer 340 m/s
Geluidsbronnen;
Snaar Toonhoogte is afh. van:
Dikte
Lengte
Spanning
Stemvork lengte van de benen
massa van die benen.
Transport / transportsnelheid
Voor geluidstransport is een MEDIUM nodig!!! Dus in vacuüm is geen transport mogelijk.
De snelheid is afhankelijk van het medium.
De afstand die het geluid in een stof aflegt kan worden berekend met:
s = v x t s = afstand (m) v = snelheid (m/s) t = tijd (s)
Opletten bij echo- en sonarberekeningen. Het geluid gaat heen en weer
Toonhoogte:

Die wordt bepaald door de Frequentie (f)
Dit is het aantal trillingen per seconde.
T is de trillingstijd ( in seconde)
1000 ms = 1 s
Oscilloscoop:
Maakt trillingen zichtbaar.
1 trilling is 1 hele golf dus van top naar de volgende top.
hiernaast
staat 1 trilling.
De hoogte van de golf geeft aan hoe hard het geluid is. Dit heet amplitude
frequentie uitrekenen met de oscilloscoop.
Neem bovenstaande tekening en de tijdinstelling 0,2 ms/div ( 2 ms per hokje)
* Aantal hokjes tellen van 1
trilling ( hierboven zijn dat er 10)
* Kijken naar de tijd instelling. die is dus 0,2 ms/div
* Tijd van 1 trilling uitrekenen ( T ) dat is 10 hokjes x 0,2 ms = 2 ms.
* van ms moet je seconde maken ( delen door 1000) dus hier 2ms = 0,002 s
* 1 gedeeld door die uitkomst is de frequentie (f) 1/0,002 = 500 Hz.
Amplitude bepalen

Geluidsterkte:
Meten we in decibel (dB) hoe harder het geluid hoe meer dB.
3 db erbij wil zeggen dat het geluid twee keer zo hard gaat
Gevaar voor je oren krijg je als je te hard geluid te lang op je
oren hebt.
80 dB duurt langer voor je oren beschadigd zijn dan 100 dB
Wat
je wel en niet hoort:
20 dB met een frequentie van 50 Hz hoor je niet.
20 dB met een frequentie van 200 Hz hoor je wel.
120 dB doet niet altijd pijn aan je oren, 2000-5000 Hz wel
50-100 Hz niet.
Geluidshinder:
De mens bepaalt of het als hinderlijk ervaren wordt.
Keiharde muziek van de band: Metalica vind ik hinderlijk, jullie misschien niet.
Tegen geluidshinder;
3 manieren:
* de bron aanpakken
* Tussen de bron en ontvanger tegenhouden
* Iets aan de ontvanger doen
Geluidsisolatie: Dat doe je met spul dat geluid
absorbeert en als dat niet kan dan kan je het
geluid ook terugkaatsen.
Microfoon en luidspreker.
Het
principe.
De microfoon:
* Het groene membraam gaat
trillen door je stem
* er beweegt een spoeltje om een magneet en die gaat
dus stroom maken.
* die stroom gaat ( via een versterker) naar de
luidspreker.
De luidspreker:
* het spoeltje krijgt stroom
en wordt daardoor
magnetisch
* In die spoel zit een andere magneet die gaat
daardoor bewegen ( wordt aangetrokken en
afgestoten.
* De conus die aan de magneet vast zit gaat mee-
trillen en veroorzaakt het geluid.