Lesplanning en samenvatting Hoofdstuk 11

 

Les 1:              Lezen:             §1

                        Huiswerk:      maken 1 tot en met 7 werkboek

                        Practicum

Voortstuwende en tegenwerkende krachten.

 

In het luchtledige (de ruimte) ondervindt een bewegend voorwerp geen tegenwerkende krachten.

 

Op aarde is dit anders. Om als fietser of bromfietser in (constante) beweging te blijven moet je bij voortduring energie leveren, doe je dit niet, dan sta je in korte tijd stil!

We hebben dus te maken met tegenwerkende krachten!

Tegenwerkende krachten:  -          luchtwrijving

-                     rolwrijving

 

Voortstuwende en tegenwerkende krachten leveren samen een resultante op.

            Stilstaand voorwerp, resultante is 0N. Het voorwerp komt niet in beweging.

Stilstaand voorwerp, resultante is ongelijk aan 0N in. Het voorwerp komt in beweging. Er is sprake van (eenparige) versnelling.

Wordt na een tijd de resultante weer 0N, dan zal het voorwerp zich eenparig voortbewegen en zal het ook niet meer van richting veranderen. Conclusie: het voorwerp heeft een constante snelheid en beweegt zich voort langs een rechte lijn.

 

De beweging van een voorwerp als de resultante ≠ 0.

 

            1.         Resultante werkt in de bewegingsrichting:                                versnelling.

 

2.         Resultante is tegengesteld aan de bewegingsrichting:     vertraging.

 

3.         Resultante werkt ┴ op de bewegingsrichting:               richtingsverandering

                                                                                                                      geen snelheids-

verandering.

 

4.         Resultante werkt onder een hoek ≠  90º.                                 richtingsverandering

en snelheids-verandering

 

 

Geef van bovenstaande een voorbeeld voorzien van een duidelijke schets.

 

Het begrip traagheid.

 

Een massa komt niet direct in beweging of vanuit een beweging tot stilstand. Dit merk je bij versnellen en vertragen van een auto waarin je zit.

Denk hierbij aan het gebruik van autogordels.

Voor een massa geldt dan ook de Wet van de traagheid:

 

Een massa wil de toestand behouden waarin zij verkeert (dus in rust of in beweging blijven).

 

Les 2:              Lezen:             §2

                        Huiswerk:      les 1 nakijken

Huiswerk:      maken 8 tot en met 14 werkboek

                        Practicum:

           

Het verband tussen kracht, massa en versnelling.

 

Newton toonde aan, dat er een verband bestaat tussen:

-                     de resulterende kracht op een voorwerp

-                     de massa van het voorwerp

-                     de versnelling van het voorwerp

 

In formulevorm: F = m · a

                                               Waarin:            F = resulterende kracht [N]

                                                                       m = massa [kg]

                                                                       a = versnelling [m · s-2]

 

 

Newton en de eenparig versnelde beweging:

 

Bij een eenparig versnelde beweging is a een constante, dus moet F ook constant zijn!!

 

Dit geldt natuurlijk ook voor een eenparig vertraagde beweging!!

 

Les 3               Lezen:             §3

                        Huiswerk: les 2 nakijken

Huiswerk: maken 15 tot en met 23 werkboek

 

Optrekken en afremmen.

 

De versnelling of vertraging die een lichaam ondervindt is afhankelijk van de resulterende kracht op het lichaam en de massa van het lichaam.

 

      In formulevorm:

 

                                                           Waarin:            F = resulterende kracht [N]

                                                                       m = massa [kg]

                                                                                  a = versnelling [m · s-2]

 

De grootte van de massa bepaalt bij gelijke resulterende kracht de versnelling of vertraging en daarmee de traagheid!!

Naarmate de massa van een voorwerp is groter is, is de vertraging of versnelling bij gelijke resulterende kracht kleiner!!


 

            Arbeid en bewegingsenergie.

 

Een massa in beweging heeft bewegingsenergie.

 

 

      In formulevorm: W = 0,5 m v2

 

Tijdens vertragen neemt de bewegingsenergie af, deze wordt omgezet in een andere energievorm (bijv. warmte)

De hoeveelheid omgezette bewegingsenergie kan je berekenen met de onderstaande formule.

 

                             W = 0,5 m (vt2 - v02)

 

      De verrichte arbeid op een massa na de vertraging kan je berekenen met de formule:

 

                             W = F · s

 

      Dus moet gelden: W = F · s =  0,5 m (vt2 - v02)

 

Les 4               Lezen:             §4

Huiswerk: les 3 nakijken

Huiswerk: maken 24 tot en met 32

 

Veiligheid in het verkeer.

 

De stopafstand wordt bepaald door de reactieafstand + de remweg. (zie ook Hoofdstuk 10)

 

 

Werk alle voorbeelden uit je theorieboek na en zorg dat alle opgaven en vragen in je werkboek zijn gemaakt en nagekeken.

 

Les 5               Maken Test jezelf

Huiswerk: les 4 nakijken

Eventueel vragen stellen

 

Les 6               CP Hoofdstuk 11