Les 1: Lezen: §1
Huiswerk: maken 1 tot en met 7 werkboek
Practicum:
Brandstoffen verbranden.
Om iets te kunnen verwarmen is een warmtebron nodig. Een warmtebron is een energieomzetter. De energie wordt gemeten in Joule.
Voorbeelden van warmtebronnen zijn:
- houtkachel
- oliekachel
- open haard
- gasbrander
- waterkoker
- dompelaar
Welke energieomzetting vindt plaats in genoemde warmtebronnen
Noem 5 verschillende brandstoffen.
Wat zijn fossiele brandstoffen?
Aardgas is de belangrijkste brandstof in Nederland. Aardgas voor huishoudelijk gebruik is een mengsel van Methaan (CH4 en stikstof).
Waarom wordt aan aardgas een "odeur" toegevoegd?
Is stikstof brandbaar?
Methaan is een koolwaterstofverbinding. Verbranden van Methaan levert op: warmte, waterdamp en kooldioxide.
Onderstaande opstelling kan worden gebruikt om waterdamp en kooldioxide aan te tonen.

Geef de reactievergelijking van het verbranden van methaan.
Noem koolwaterstofverbindingen die je als brandstof kunt gebruiken.
Waarom wordt steenkool wel een vieze brandstof genoemd?
Wat doet men om steenkool schoner te maken?
Volledige en onvolledige verbranding.
Verbranden van aardgas vraagt om verbrandingslucht (8 liter lucht voor een liter aardgas). In deze verhouding is spake van volledige verbranding.
Is er minder lucht, dan noemen we de verbranding onvolledig. Een levens gevaarlijke situatie, er komt namelijk koolmonoxide vrij!!
Hoe wordt koolmonoxide ook wel genoemd?
Waarom moet gasapparatuur in goed geventileerde worden opgesteld?
Is onderhoud aan gasapparatuur belangrijk denk je?
Les 2 Lezen §2
Huiswerk: les 1 nakijken
Huiswerk: maken 8 tot en met 14 werkboek
Practicum:
Warmte en temperatuur
De gasbrander.
Bij veel proeven waarbij we een warmtebron nodig hebben gebruik je een BUNSEN-brander.
De temperatuur van de vlam (volledige verbranding) is ongeveer 1100˚C. De vlam is dan bijna niet te zien. (bunsenblauw)
In onderstaande figuur is een bunsenbrander afgebeeld.

Waarom wordt een bunsenbrander als hij niet gebruikt wordt in de "parkeerstand" gezet?
De Dompelaar.
Naast de bunsenbrander gebruiken we ook vaan de dompelaar, een elektrisch verwarmingselement.
Welke vorm van energieomzetting vindt plaats in een dompelaar?
Energieberekeningen en formules:
Q = Eel = Pel x t = U x I x t
Q = m x c x ΔT
Waarin: Q is de hoeveelheid energie
m is de massa
c is de soortelijke warmte (een materiaalconstante)
ΔT is het teperatuurverschil
Uit deze formule kan je afleiden, dat het verband tussen toegevoerde warmte en temperatuur lineair is.
Wil je nauwkeurig bepalen hoe groot de soortelijke warmte van een stof is, dan heb je een warmtemeter nodig. (zie onderstaande figuur)
Warmte en fase-overangen 
Stoffen kennen 3 aggregatietoestanden (fasen). Vast, Vloeibaar en gasvormig (damp)
De overgang van vast naar vloeibaar heet smelten. Tijdens deze overgang blijft de temperatuur constant totdat alles gesmolten is. Dit geldt ook voor de overgang van vloeibaar naar gasvormig.
Hoe heet de faseovergang van gasvormig naar vast? Geef hiervan een voorbeeld.
Als het in de winter vriest, vriezen de straten droog. Hoe heet deze faseovergang?
Les 3 Lezen §3
Huiswerk: les 2 nakijken
Huiswerk: maken 1 tot en met 22 werkboek
Verwarmen.
Bij een centrale verwarming wordt de warmte van de ketel getransporteerd naar de verschillende radiatoren. Deze radiatoren geven de warmte af aan de lucht in de ruimten waar ze zijn opgehangen.
Het warmtetransport vindt plaats door middel van:
- geleiding
- stroming
- straling
Geef van de genoemde transportvormen een duidelijke omschrijving.
Hoe kan straling zich verplaatsen?
Welke kleur moet een goede warmtestraler hebben?
Waar reageert een infraroodfilm op?
Les 4 Lezen §4
Huiswerk: maken 23 tot en met 29
Isoleren.
Bij het verwarmen van een ruimte zal in eerste instantie de ruimtetemperatuur toenemen. Na verloop van tijd verandert de temperatuur in de ruimte niet meer, ook al verwarm je nog steeds. De oorzaak hiervan is dat er warmte naar buiten lekt.
Warmteverlies wordt veroorzaakt door:
- geleiding
- stroming
- straling
Een slecht geïsoleerd huis verliest veel warmte.
Door een huis te isoleren ga je het warmteverlies tegen.
Voorbeelden van isolatie zijn:
- dubbele beglazing
- spouwmuurisolatie
- dak- en vloerisolatie
Beschrijf elke genoemde isolatievorm.
Beschrijf de werking van een thermoskan.
Les 5 Maken Test jezelf
Huiswerk: les 4 nakijken
Eventueel vragen stellen