Lesplanning en samenvatting Hoofdstuk 8

Eigenschappen van stoffen

 

Les 1:              Lezen:             §1

                        Huiswerk:      maken 1 tot en met 7 werkboek

                        Practicum:

 

Fase en faseovergangen

 

Stoffen kom je tegen in de volgende toestanden (fasen);

-                     vast

-                     vloeibaar

-                     gas

 

De overgang van de ene toestand naar de andere noemen we een faseovergang.

Faseovergangen:

                        -          vast naar vloeibaar;                  smelten

                        -          vloeibaar naar gas;                   verdampen

                        -          vloeibaar naar vast;                  stollen

                        -          gas naar vloeibaar;                   condenseren

                        -          vast naar gas;                           sublimeren

                        -          gas naar vast;                           rijpen

Denk hierbij aan de fasen van water!!!

 

Het model van een stof.

 

-de moleculen van een stof veranderen niet als een stof van fase verandert.

-de beweging van moleculen wordt sneller naarmate de temperatuur van de stof hoger

   wordt

            -moleculen van een stof trekken elkaar aan

 

            -in een vaste stof trillen de moleculen rond een vaste evenwichtstoestand

-moleculen in een vloeistof bewegen zich langs elkaar heen. De onderlinge aantrekkingskracht is groot genoeg om de moleculen bij elkaar te houden.

-moleculen in een gas bewegen zich los van elkaar. de molecuulafstand is groot, dus       de onderlinge aantrekkingskracht is klein.

 

Kristallen

 

Veel vaste stoffen zijn opgebouwd uit kristallen.. Omdat de moleculen allemaal gelijk zijn, zal tijdens het stollen een regelmatige stapeling zichtbaar zijn. Zo ontstaat een kristalrooster waarin elk molecuul een vaste plaats heft. Soms zijn de kristallen erg klein waardoor de kristalstructuur nier direct herkenbaar is. (koper, ijzer en andere metalen)

Bij grotere kristallen is de structuur goed te zien, denk hierbij aan kandijsuiker

 


 

Les 2:              Lezen §2

 

                        Huiswerk:      les 1 nakijken

Huiswerk:      maken 8 tot en met 16 werkboek

                        Practicum:    

 

Eigenschappen van stoffen.

 

Mengsels van zuivere stoffen

Bijna alle stoffen zijn mengsels van verschillende stoffen. Op de verpakking staat informatie over de samenstelling. Suiker en keukenzout zijn bekende voorbeelden van zuivere stoffen thuis.

 

Onderzoek naar de eigenschappen van een stof kan als je te maken hebt met een zuivere stof.

 

Wil je iets weten van stoffen, dan moet je met de zuivere stof werken.

Sommige eigenschappen van stoffen zijn eenvoudig vast te stellen. Denk hierbij aan:

 

-                     de fase van de stof

-                     de geur

-                     de kleur

-                     de oplosbaarheid

-                     de elektrische geleidbaarheid

-                     het smeltpunt

-                     het kookpunt (let op de druk)

-                     de dichtheid

 

Vraag: Welke procedure moet je volgen om de dichtheid van een stof te bepalen?


 

Les 3               Lezen §3

                        Huiswerk: les 2 nakijken

Huiswerk: maken 17 tot en met 23 werkboek

 

Veilig weren met stoffen.

 

Veel stoffen die thuis gebruikt worden zijn  gevaarlijk.

Daarom staat op het etiket de gevaarsymbolen

Hieronder zijn de zeven gevarensymbolen afgebeeld.

           

Naast de gevaarsymbolen wordt vaak gewerkt met veiligheidskaarten.

Zie de figuur hieronder.

 

Bestudeer deze veiligheidskaart goed, denk aan het examen.

 

Les 4               Lezen §4

                        Huiswerk: les 3 nakijken

Huiswerk: maken 24 tot en met 31

 

Chemische reacties.

 

Overal kan je chemische reacties waarnemen. Het bakken van een ei, het aansteken van vuurwerk, het ontwikkelen van een foto, het roesten van ijzer, het aanbranden van aardappels, het vrijkomen van chloorgas, het verkleuren van foto's  enz.

Niet alle reacties zijn gewenst.

Bij elke reactie verdwijnen er een of meer stoffen, terwijl e4r tegelijkertijd nieuwe stoffen ontstaan.

Bij elke chemische reactie gebeurt hetzelfde; De oorspronkelijke moleculen gaan kapot en de atomen vormen nieuwe moleculen.

Enkele belangrijke reacties zijn:

-                     ontleden

-                     verkolen

-                     verbranden

 

Lees de tekst in het theorieboek goed na en geef van elke reactie een paar voorbeelden.

 

Les 5               Maken Test jezelf

Huiswerk: les 4 nakijken

Eventueel vragen stellen

 

Les 6               CP Hoofdstuk 5